bewust-opvoeden

Regels positief formuleren en een alternatief bieden

Graag wil ik positief opvoeden. Benoemen wat ik wel wil, in plaats van benoemen wat ik niet wil. Toch lukt het mij niet altijd. We komen in een sleur, waarin de kinderen allemaal dingen doen waar voor ons een grens ligt. Dan benoemen we vaker dan ons lief is dat iets niet mag.

De regel is: Op de bank zitten of liggen we (in plaats van: Niet springen op de bank). Zo is het voor de kinderen helder welk gedrag wij wel van hen willen zien. In plaats van dat ze zelf moeten invullen wat ze dan wel mogen doen. Ons streven is alles regels positief te formuleren.

Helaas is het al meermaals voorgekomen dat de kinderen zich zo pijn hebben gedaan, door op die beste bank te ravotten. We zijn zelfs al eens geëindigd op de huisartsenpost. Gek doen op de bank is onze harde grens. Onze woonkamer is groot genoeg en we kunnen veiligere klim opties bedenken.

Toch beklijft de regel niet. Ik heb het zelfs uitgetekend en groot opgehangen in het zicht. Iedere keer weer refereren naar het gedrag dat we wel willen zien. Het lukt ze niet. Het komt niet binnen. Stug blijven we volhouden om de regel te benadrukken. Uiteindelijk worden we boos, omdat het geen zoden aan de dijk zet. Ik wil niet boos worden.

Tot ik besef dat als de aanpak die ik tot nu toe heb geprobeerd niet werkt dat niet aan hen ligt. Het ligt aan ons.

De oplossing is soms zo simpel, maar je moet er maar net op komen. Tot het kwartje valt. Onder dit gedrag zit een behoefte. De regel is wel helder, maar hij weet niet hoe hij zelf zijn behoefte kan vervullen.

De oudste rent door het huis (wat we ook liever niet hebben). Met een rotvaart komt hij bij de bank aan en maakt een koprol. Net aan weet hij zich op te vangen, zodat een ritje huisartsenpost ons wordt bespaard.

Ik benoem: ‘Als je wil turnen, dan hebben we een gymmat. Op de gymmat kun je koprollen en stunten’.

Nogmaals rent hij een rondje en ik zie het alweer gebeuren. Hij rent op de bank af en de volgende stunt wordt uit de kast getrokken. Als een ware stuntman gooit hij zich op de bank. Een ding is zeker als hij ooit acteur wordt, dan zal hij zijn eigen stunten uitvoeren. Geen haar op zijn hoofd die er aan denkt om zijn stunt uit te besteden aan een ander.

Godver, mijn nieuwe aanpak werkt ook al niet. Ik was toch duidelijk? Wat moet ik dan nog? Toch besluit ik nogmaals mijn nieuwe tactiek uit de kast de halen. Ik word niet boos. Ik benoem nogmaals: Als je wil stunten of turnen dan doen we dat op onze gymmat.

Hij loopt weg van de bank en ik zet mezelf schrap. Wachtend op zijn nieuwe stunt, hopend dat deze stunt goed gaat. Tot ik gerommel hoor. Door de kamer schallen de wijze woorden: Kom zus, we kunnen turnen op onze gymmat.

Met een rotvaart rent hij op zijn mat af. Maakt een koprol en tevreden ploft hij neer. Nee, van mama krijgt hij geen commentaar meer.

Het doel is bereikt door de aanpak aan te passen.

Ik hamerde om een regel, waar hij niet aan kon voldoen.. Hij kon niet voldoen, omdat onder zijn gedrag een behoefte zat. De regel was leuk bedacht, maar hij wist niet hoe hij zijn behoefte moest bevredigen. Door naar zijn behoefte te kijken en hem een alternatief te geven kon hij eindelijk doen wat hij zo graag wilde: Stunten naar hartenlust.

En eigenlijk was zijn eigen aanpak best goed bedacht. Want stunten op de harde vloer, dat was niet verstandig. Dat begreep hij ook wel. Althans, daar was hij achter gekomen door trial en error. Ik zie hem nog zo omhoog springen en met zijn billen landen op de vloer. Op de trampoline ging dat immers perfect.

Nu zijn we er samen achter gekomen dat stunten op een mat nog handiger is dan stunten op een bank. Een bank heeft ook maar een beperkt oppervlakte.

Dus mijn ultieme tip: Regels positief formuleren en een alternatief aanbieden.

Mindstyle Mindset

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *